Preek van de Week

Je bent geliefd



Geplaatst op: 15-01-2012





Matteus 3: 13-17 Gemeente van Christus onze Heer, lieve doopouders, familie, Dat we vanmorgen twee kindjes mogen dopen en zegenen is bijzonder. Want afgelopen week was een week waarin we afscheid namen van twee gemeenteleden. Zo dicht liggen dood en doop soms bijeen, in tijd en beleving. Deze keer geen preek, maar een brief, zoals Paulus dat soms deed aan gemeentes. Die werd, zo stel ik me dat voor, dan voorgelezen in een dienst. Deze keer een brief die ik richt aan jullie, doopouders, aan u gemeente, en eigenlijk heb ik de brief voor de dopelingen geschreven. Ik heb twee enveloppen met daarop de namen van jullie beide zoons, die vanmorgen gedoopt worden. Dat is voor later als ze groot zijn, dan kunnen ze deze zelf lezen, en teruglezen wat ze vanmorgen is overkomen. Want de doop overkomt hen. Misschien weten zij, als ze dit later ooit lezen, niet eens meer wat een brief is, omdat ze alleen maar mailen, smsen, twitteren of iets wat we ons nu nog niet voor kunnen stellen. Dat mogen jullie hen dan vertellen. Beste Thymen en Stijn, Ik begin met Thymen en dan met Stijn. Zo was de volgorde van geboorte. Ik schrijf deze brief dus aan jullie beide tegelijk. Ik ben zo vrij, omdat ik heb gemerkt dat jullie goed met elkaar overweg kunnen. Hoe ik dat weet? Nou, afgelopen maandag hadden we een laatste voorgesprek voor deze dienst, en toen hebben we via een sms-je onze fotograaf erbij uitgenodigd. (Hij is onze hoffotograaf, en doet dat als hobby naast zijn werk als makelaar) Hij maakte een paar foto's van jullie op de grond op een kleed. En toen leken jullie niet alleen wel wat op elkaar, maar meer nog, toen hadden jullie tijdens deze fotosessie best schik samen. Deze brief lees ik trouwens voor terwijl jullie nog niet binnen zijn. Straks worden jullie door pake Klaas en beppe Akke de kerk binnengedragen. En dan geven zij jullie aan je vader. En je vader roept even daarna hardop jullie naam, en dan dragen zij jullie op handen door de kerk, en tonen ze jullie aan de gemeente. Ze dragen jullie op handen, zoals ze dat, hoop ik, blijven doen. Ze zeggen daarmee: Kijk ons kind en kijk kind van God. Ons geschonken. Eigenlijk is dat op handen ronddragen een soort dankbetuiging. Daarna komen we met je vader en moeder, broers en zusjes rond het doopvont staan. Hoe jullie dan reageren op het water over jullie hoofdjes, dat weet ik nu nog niet. Dat blijft een verrassing, en jullie ouders kunnen het vanavond wel in de kantlijn van deze brief erbij schrijven. Het maakt overigens niet zo veel uit, hoe je reageert op het water. Waar het met dat water ten diepste om gaat, Thymen en Stijn, is dit: wat jullie zal overkomen, dat weten wij nu, zondag 15 januari 2012, niet. Of er vreugde zal zijn of verdriet, of beide, dat weten we niet. Maar wel weten we, dat God met je door het water heen trekt. Hij heeft je met de doop zijn hand gereikt... en als je ouder wordt, kun jij die hand zelf beetpakken. Het belangrijkste wat we jullie met de doop mee willen geven is dit: weet, mensenkind, dat je geliefd bent. Dat is je diepste kern. Vergeet dat nooit. Prent dat in je hart en hoofd. Dat is de wijze les die we leren uit het verhaal van de doop van Jezus, dat we net lazen (Matteus 3:13-17). Jezus gaat het water in en wordt gedoopt. En dan, meteen daarna, stapt hij uit het water op het droge. Eigenlijk staat er, dat hij 'uit het water gaat'. Jezus staat op het droge, en wat er dan gebeurt is het wonder, dan opent de hemel de deuren en daalt een Geest op hem neer die lijkt op een duif. De duif verbeeldt de heilige Geest. Dat is een geest die mensen gelukkig maakt, zegent, die zegt: "Jij mens doet er toe. Wat je later in je leven ook doet, hoe groot of klein je ook bent, misschien in een tijd waarin vooral prestaties er toe doen, of geld en bezit, weet dit: jij bent geliefd. Blijf dat geloven, houdt dat steeds voor ogen. Laat je dat door niets en niemand afnemen. Dan zul je gelukkig zijn en anderen gelukkig maken. Dat is je opdracht." Dat dringt tot Jezus door in de doop. Thymen en Stijn, de wereld waarin jullie geboren zijn is geen wereld vol vrede. Er zijn kinderen, die zwerven, die honger hebben en vluchten. Vrijdag sprak ik een jonge man die in een ver land, Nigaragua, werd geboren terwijl zijn moeder met zijn vier zusjes op de vlucht was, ze vluchtten voor hun leven. Het leven is lang niet overal zo veilig als het hier bij ons nu is. Hoe lang het hier veilig blijft, weten we ook niet. We leven nu in een land waarin stemmingmakerij ronddwaalt. Soms houden we ons hart vast, en tegelijk geloven we ook in de goede machten, de kracht van gewone en lieve mensen. Mensen, die er het beste met elkaar van willen maken. Vanmorgen doen we nog iets moois. Nadat jullie gedoopt zijn, steken we een kaars aan, aan het Paaslicht. Die kaars waarmee we dat doen heet doopkaars. Wat we daarmee willen zeggen is dit: Wat er ook gebeurt in jullie leven, het is nooit helemaal donker. Daarin geloven wij. De Paaskaars brandt om ons daaraan te herinneren. En als het in jullie leven donker wordt, dan hoop ik maar dat jullie je doopkaars aansteekt en jullie je herinneren dat Hij je meevoert vanuit het donker naar het licht, van het natte water naar de droge wal. Thymen en Stijn, ik wens jullie leven in liefde toe met jullie ouders, en broertjes en zusjes, en dat dit leven verankerd mag zijn in God, die ook jullie beide toeroept: dit zijn mijn zoons, geliefden, in wie ik een welbehagen heb. Omdat jullie memmetaal het Frysk is, schrijf ik het eigenlijke vers dat jullie dooptekst is er nog in het Fries onder: Dit is myn Soan, myn ynleave Jonge, dêr't Ik sa wiis mei bin. Sa wiis as jimme âlders mei jim binne, sa is God dat ik, ek jimme binnen syn ynleave bêrn. Amen